o kus mij, o omarm mij

by Jesse Dorrestijn

supported by
gijs bos
gijs bos thumbnail
gijs bos Needless to say that the lyrics are amazing. Have fond memories of 2 concerts in Amsterdam over 10years ago. Great to have Jesse on Bandcamp.
/
  • Streaming + Download

    Includes unlimited streaming via the free Bandcamp app, plus high-quality download in MP3, FLAC and more.
    Purchasable with gift card

      €7 EUR  or more

     

1.
onspreekbaar o red mij uit dit koude huis onspreekbaar mijn handen breken op de muziek die uit de wolken lachend zingt en neerligt en lachend neerligt onspreekbaar o red mij uit dit koude huis onspreekbaar neem mij mee op een lange reis daar waar de hemel de populier kust daar waar de vissers volle netten ophalen neem mij mee en ik zal in je schoot liggen net als het landschap in de grijze pij van de ceremonieuze hemel neem mij mee ik ben een rijk iemand onspreekbaar o red mij uit dit koude huis onspreekbaar.
2.
In de bedding van je heupen wil ik slapen door de hemel van je ogen bedekt je voeten zijn ver en toch behoren ze bij je als een vlieger zijn ze opgelaten in een zomerdag ik woon in een ander huis; soms komen we elkander tegen ik slaap altijd zonder jou en wij zijn altijd samen. ik vaar steeds verder van je lichaam af ik ben op een lange reis waar zal ik je terugvinden langs de kust op het eiland jij bent de enige.
3.
heel in de verte hoor ik het toeteren van autos en ik denk aan jou tussen de huizen en pratend of langs de mensen heenlopend. was je maar op dit schip waar ik alleen ben en me ongelukkig voel. ik zie je lopen in je vuile broek met het overhemd slordig eruit; ik zie je ergens voor een toonbank koffie drinken waarom ben je niet bij mij, op een donker schip en waarom loop je alleen in de nacht, in de verblinde stad. ik zou willen zeggen: pas op voor de autos, kijk uit met oversteken maar in angst verdrink ik waarom heb je me toch laten gaan nu ben ik alleen, en kijk in de nacht naar de wind in de golven naar de witte maan en de matrozen.
4.
In de dieren heb ik je teruggevonden mijn kleine oogje mijn molen zonder wieken en op dit deuntje gaan wij langs het strand: haal de zon uit de dageraad ik wil niet leven zonder toekomst als zij mij stem niet horen zullen als zij dromen in hun menselijke duisternis als zij mijn stem niet horen is het leven veel korter ik wil niet langer dromen in de wereld zonder uitkomst maar ik wil mij levend maken ik wil een wereld maken van mijn lichaam niet wegstromend van narigheid maar lachend en vol dansen ik ben alleen wie is er om ja tegen me te zeggen wie is er om te helpen ik wil een zon maken in de nacht.
5.
o heb mij lief ik ben de verlorene, degene die weg zou blijven toen het zo laat werd en de avond gebood: ga mee ik ben degene die te vroeg is gekomen en te vroeg is weggegaan ik ben de verklede koning op de weg ik ben de overal gezochte man ik ben het die gestolen heeft. o kus mij, o omarm mij ik heb lang in de regen gestaan ik heb lang op de bus gewacht ik heb geen taxi kunnen krijgen ik heb lang wakker gelegen ik heb ontzettend gedroomd ik heb niets gegeten ik heb gestolen o kus mij, o omarm mij ik ben de witte slanke jongen ik ben degene die droomde ik ben de schim in de regen ik ben de danser, de dirigent ik ben de man bij het avondrood ik ben het lichaam ik ben de enige.
6.
'T is laat al in de nacht. Doodstil is 't huis. Niets hoor 'k dan klokgetik en gasgesuis. Met dwaze drukte zie 'k de slinger gaan, Opglanzend, doffer glimlicht, af en aan. 'T is, of me in 't kleine, domme ding verscheen De wijze tijd, en ernstig knikte: Neen. De tafel ligt vol opgeslagen boeken: Mijn leven heb 'k vermorst met wijsheid-zoeken. De bladengolving lijkt een sneeuwbergketen, De kille toppen van het mensch'lijk weten. In 't laagland hoopte ik 't uitzicht-boven wijd: Steeds wijder welfde zich de oneindigheid. In blauwe slierten hangt sigarendamp Als vage mijmeringen om de lamp; Koud valt het licht uit grijs omwolkte kap Op sneeuwgebergt' van starre wetenschap. Zoo zat ik iedere avond, jaar na jaar; Aan kennis heette ik rijk, ik bedelaar. En 't was, zooals men vaak in droomen ziet: Je mÒèt iets vinden, en je kunt het niet. 'K ga naar 't balkon: lichtkevers op de landen. Zie 'k hier, daar, ginds, angstige lichtjes branden. Glimworpje Blijdschap, waagt het op te zweven, Spartelt zich dood in 't smartenweb van 't leven. Ontzaglijk straalt Orion's majesteit. Ik haat, haat, haat zijn ziellooze eeuwigheid. Glorie van werelden, wat gaat ze me aan? Die 't meest me liefhad, heb 'k verdriet gedaan. 'T geluk van 't leven heb ik niet geteld: Die 't meest ik liefhad, heb ik 't meest gekweld. 'K had eens een troost: die ik heb liefgehad, Bewaart de herinn'ring als een heil'ge schat. En borende sekonden knaagden stuk Beider herinn'ring, en mijn grootst geluk. Tot berusting is ook die smart vergleden. Dof hoor 'k de zee; ver, als het dood verleden. En 'k ga weer zitten; luister naar het gas. En 't is zoo vreemd: net of 'k een ander was. Onwerklijk staan de dingen om me heen. Het gaslicht suist. De slinger knikt van Neen.
7.
Twee Reddeloozen - Martinus Nijhoff Zij gaat 's nachts vaak naar de haven Waarheen ze vroeger met mij ging, Aan de eeuwige zee, aan de sterren, Vraagt ze waarom het voorbij ging - En de wind en de lichten der schepen Zeggen dat al wat voorbijgaat Op een reis is zonder thuisreis Naar een einde waar niemand ons bijstaat - [In mijn hooge verlichte venster Tusschen schoorsteene' en torenklokken Heb ik tegenover den hemel Een eenzame voorpost betrokken.] In alles te kort geschoten, Staar ik bij het raam op de stad En vraag: was ik grooter geworden Wanneer ik had liefgehad?
8.
wij zijn zonder wijsheid in deze nacht gevallen die donkerder, wijzer is dan de nacht van ons plezier levend in het water van deze sluier ben ik een maan schreiend aan Japan's hemel een waaier dronken van wind en de uren gaan pratend tegen elkander over het water een drijvend theehuis waar geliefden het fluitspel afluisteren nee niet langer nee niet langer ik wij moeten tezamen uit vissen gaan ik heb de zeilen mijn liefje de zeilen geprobeerd.
9.
het vliegtuig, de droevige werkelijkheid die door haar dromen schrijdt zij kent de zon niet als een mossel in haar schelp is zij opgesloten strak waren de wolken zo hoog geen hart klopt hier en geen angst wiekt door de lagen. Een rivier kijkt zelfgenoegzaam in haar spiegel beneden en weet dat de nacht haar zal verdrukken.
10.
Dof violet is 't west en paarsig grijs. Nog wandel 'k door het zwaar berijpte gras, En hoor naast me op de vaart het fijn gekras Van schaatsen over 't hol rinkelend ijs: Ik heb 't gevoel, of 'k op 't bevroren glas Cirk'lend, zwevend, zwenkend op kunst'ge wijs, Met 't buigend bovenlichaam daal en rijs: 'T is in mijn rug, of 'k zelf op schaatsen was. Zo hoop 'k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen, Alleen, in paren, of in lange rijen, Schomm'lend op maat en rijm van hollands staal, Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien, En 't fijn slieren en 't heerlijk brede zwaaien Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.
11.
dit leven zachtjes ken ik het zachtjes loop ik eruit als een kind uit de zandbak ik stroom vol met vredige zoetigheid deze man goed kende ik hem ik liep steeds met hem mee zoals een kind langs het strand gaat de zee groet in langzame statigheid er zijn zoveel andere levens en zoveel andere mannen een jongen speelt op een fluitje in de avond met vredige zoetigheid dit leven zachtjes ken ik het ik loop steeds eruit zoals een kind uit het strand gaat vol zee stroomt in langzame statigheid.
12.
13.

credits

released April 15, 2020

license

all rights reserved

tags

about

Jesse Dorrestijn Amsterdam, Netherlands

contact / help

Contact Jesse Dorrestijn

Streaming and
Download help

Report this album or account

If you like Jesse Dorrestijn, you may also like: